“Ik wil geen pijn”, “ik wil niet afhankelijk zijn”, “ik wil niet huilen”, “ik wil geen gedoe”… Wil niet, wil niet, wil niet, wil niet. Er zijn zoveel mensen die zoveel niet willen. Ik hoor het dagelijks, in de praktijk,  aan de lopende band.

Ik vraag natuurlijk aan mijn cliënten waarbij ik ze kan helpen en welke wensen ze hebben. Ik breng de hulpvraag in kaart. Er zijn dan grofweg twee typen cliënten die aanbellen.

Ik WIL niet vs Wat kan ik doen?

De ene groep cliënten begint zijn verhaal met: “ik wil geen pijn meer ervaren in mijn linkerbil”. “ik wil niet tijdens het hardlopen moeten stoppen”. De andere groep zegt eerder: “ik zou graag over een paar weken weer 6 kilometer kunnen wandelen” of “wat kan ik er zelf aan doen om op den duur weer een was op te kunnen hangen?”.

En daar zit voor mij een wezenlijk verschil.

Willen wil niet

Bij cliënten uit de eerste groep hebben we het eerst over het willen zelf. Want één ding: je hebt heel weinig te willen. Of anders gezegd: “wil” je maar suf, het lost alleen helemaal niks op. Het enige dat er gebeurt is dat je heel hard niet die pijn/de afhankelijkheid/het verdriet/het gedoe wil. Je hebt pijn of je bent afhankelijk of je hebt verdriet of gedoe en dat wil je niet. Maar het is er wel. Je wil graag controle houden over wat gaande is….maaarrrr dat héb je niet. Dat is een behoorlijke noot die er gekraakt moet worden.

Dus je bent aan het strijden. Hard, hard aan het vechten om het niet te willen. Stop er maar mee. Wil het maar wel. Want het is er. Wie weet lucht dat al een beetje op. Lost het al wat pijn op en daarmee afhankelijkheid en daarmee verdriet en tenslotte overig gedoe.

Doen wil wel

Bij cliënten uit de tweede groep gaat het anders. Die vragen wat ze zelf kunnen doen. Luisteren. Ze stellen vragen en willen wel. Wel horen waar de schoen wringt. Wel horen wat ze niet moeten doen. Wel luisteren naar advies. Die mitsen en maren niet.. Die willen “wellen” en het in praktijk brengen.

Bij deze doelgroep vallen ook vaak puzzelstukjes direct op de juiste plek waardoor er sneller herstel plaatsvindt.

Beide groepen zijn goed!

En weet je; beiden groepen cliënten zijn écht even welkom. Alleen vliegen we het proces naar herstel op een net iets andere manier aan. De kans is groot dat degene jij heel erg bezig met een cliënt  uit groep 2 willen zijn. Je wilt niet die cliënt uit groep 1 zijn.

Maar cliënt 1 kan nog heel veel van me leren en ik van hem ook. Bij cliënt 2 is er dan wat minder uitdaging in het mentale veranderstuk en kan ik in alle ontspannenheid en rust mijn verhaal vertellen. Maar beide opties zijn ontzettend fijn voor me. De willers en de niet willers.  Beide cliënten hebben een eigen pad en met beide cliënten bewandel ik dat pad heel erg graag.